Deel dit artikel via één van onderstaande kanalen.
Blog pleegouder 'Mislukte Wheelie'
Blog van een pleegmoeder over gebeurtenissen uit het alledaagse leven met haar pleegzoon.
Het is vrijdagmiddag. Ik bel met Jochem, mijn man, over wat we doen met het avondeten. Jochem wil wel even langs het winkelcentrum rijden. Dan zegt hij: ’Wacht even, ik krijg een wisselgesprek, een nummer dat ik niet ken, ik bel je zo terug.’
Eén minuut later belt hij terug. Bram, onze pleegzoon, is gevallen met z’n BMX fiets of ik even wil gaan kijken bij het skatepark.
Snel pak ik mijn fiets en race er naartoe.
Als ik aankom staat een vriendelijke meneer me al op te wachten. Samen lopen we naar Bram. Hij ligt op de grond met een jas over zich heen. Hij ziet maar witjes, ‘Ach jongen toch, wat is er gebeurd?’
‘Ik maakte een wheelie en toen hield ik het niet meer. Ik zeg altijd, vallen en weer opstaan maar dat opstaan lukt niet deze keer’, zegt Bram.
De man zegt dat hij voor de zekerheid de ambulance heeft gebeld. ‘Hij is echt hard gevallen’. Terwijl hij dat zegt horen we de sirene van de ambulance.
Eén van de ambulancebroeders vraagt aan Bram wat er precies gebeurd is. Lieve omstanders willen het verhaal vertellen maar de broeder geeft aan dat hij het van Bram wil horen.
Nog voordat de ambulancebroeder ernaar vraagt, zegt Bram, fervent kijker van het televisieprogramma ‘Steken en prikken’, dat op een schaal van 0 tot 10, de pijn in zijn rug een 10 is. De broeder drukt op wat punten op z’n rug en peilt de reactie van Bram. Hij besluit dat Bram toch even mee moet naar het ziekenhuis om foto’s te laten maken.
Ik regel dat behulpzame omstanders onze fietsen mee naar huis nemen. Door het trillen van mijn hand lukt het niet om hun gegevens in mijn telefoon te zetten.
‘Geeft niks, snap ik helemaal’ zegt een moeder die heeft gezien hoe het gebeurde. Zij zorgt ervoor dat haar nummer in mijn contacten komt te staan.
Ondertussen ligt Bram achter in de ambulance. Eén broeder staat nog buiten.
Snel zeg ik dat Bram een bijzondere jongen is en dat zijn prikkelverwerking echt anders is dan bij andere kinderen. ‘Bij het knippen van z’n haren roept hij soms ‘au’ en toen hij eens hard achterover van een schommel viel, verstijfde hij maar gaf geen kik.’
De broeder knikt begripvol maar geeft aan dat hij sowieso naar het ziekenhuis moet omdat hij pijn aangeeft op bepaalde drukpunten.
Blijkbaar ziet hij dat ik hiervan schrik. ‘Doe maar rustig mevrouw, het komt goed.’
Ik mag voorin de ambulance zitten, naast de bestuurder. Door een luikje achter me hoor ik dat de broeders gezellig met Bram aan het kletsen zijn.
Opeens denk ik, moet ik nu Daantje, de moeder van Bram bellen?
Ik vraag het aan de chauffeur. Die kijkt me verbaasd aan. Ik dacht dat u de moeder was? Ik stamel, ‘ja, nee, ja, ik ben zijn pleegmoeder’. Heb ik dat net niet gezegd? Ik weet het echt niet meer. Eigenlijk zeg ik, uit respect naar Daantje, altijd dat ik de pleegmoeder van Bram ben.
In overleg met de chauffeur besluit ik nog even te wachten met bellen totdat we in het ziekenhuis zijn.
Als Bram, op de spoedeisende hulp, is overgeheveld op een bed en de broeder de overdracht heeft gedaan komt Jochem binnen. We vragen aan Bram of hij het fijn vindt als mama Daantje komt. Dat vindt hij fijn. We bellen Daantje. Ondertussen wordt Bram meegenomen voor de foto’s.
Als Bram terug is en we wachten op de uitslag komt Daantje binnen.
Ook zij zegt, ‘Ach jongen toch…’
Er mogen maar twee bezoekers bij de patiënt. Dus ik ga even op de gang staan. Om het hoekje luister ik mee naar de uitslag. Gelukkig, er is niks gebroken. Bram mag mee naar huis!
‘Wat fijn dat je bent gekomen, Daantje!’
Daantje kijkt naar Bram, ‘Als Bram zegt dat hij het fijn vindt dat ik er ben, dan ben ik er voor hem!’
Het ontroert me.
Bram boft, met een mama die er voor hem is als het nodig is én een pleegmama en papa die er voor hem zijn als het nodig is.